Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
2.
[eisende partij 2]
Rechtbank Gelderland
Eisers en de gemeente sloten een overeenkomst waarbij de gemeente € 500.000,- schadevergoeding in vier termijnen zou betalen, waarvan de derde termijn van € 100.000,- opeisbaar zou zijn bij de start van de bouw. Eisers stelden dat de bouw in september 2023 was gestart, terwijl de gemeente dit betwistte omdat de vereiste vergunningvoorschriften en meldingen niet waren nageleefd.
De rechtbank onderzocht de betekenis van 'start van de bouw' in de context van de overeenkomst en de vergunning. Uit de feiten bleek dat werkzaamheden om het perceel bouwrijp te maken waren verricht, maar dat funderingswerkzaamheden nog niet waren begonnen en dat niet aan alle vergunningseisen was voldaan. Ook was geen officiële startmelding gedaan bij de Omgevingsdienst Rivierenland.
De rechtbank concludeerde dat bouwrijp maken niet gelijkstaat aan de start van de bouw en dat de bouw pas start zodra daadwerkelijk aan de bouwvereisten is voldaan en de bouwactiviteiten conform de vergunning zijn begonnen. Omdat dit niet het geval was, was de derde termijn niet opeisbaar. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bouw niet is gestart en wijst de vordering tot betaling van de derde termijn af.