ECLI:NL:RVS:2021:1694
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor woningsplitsing in strijd met bestemmingsplan
De zaak betreft een patiobungalow in Eindhoven die in 2016 zonder vergunning werd opgesplitst in drie appartementen. Het college verleende aanvankelijk een omgevingsvergunning voor deze bouwactiviteiten, maar herroept deze later en weigert alsnog de vergunning. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar voor zover het de omzettingsvergunning betrof, maar liet de weigering van de omgevingsvergunning in stand.
In hoger beroep betoogt appellant dat de rechtbank ten onrechte alleen oordeelde over de omzettingsvergunning en dat de splitsing niet in strijd is met het bestemmingsplan. De Raad van State oordeelt dat de rechtbank het beroep gegrond heeft verklaard omdat geen vergunningplicht voor de woningsplitsing bestond, maar dat de rechtsgevolgen van de weigering van de omgevingsvergunning in stand zijn gebleven.
Verder is vastgesteld dat het bouwplan voorziet in een verbouwing buiten het bouwvlak, wat strijdig is met het bestemmingsplan. De wijzigingen aan de patiobungalow zijn van dien aard dat het bouwovergangsrecht niet van toepassing is. Ook het gebruik van het paraplubestemmingsplan als toetsingskader bij het besluit op bezwaar is terecht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de woningsplitsing en verklaart het hoger beroep ongegrond.