ECLI:NL:RVS:2021:1702
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De vreemdeling had een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 30 april 2021 werd afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 juni 2021 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 28 juli 2021 besloten om de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak volgt de lijn van eerdere jurisprudentie en benadrukt de bescherming van de vreemdeling gedurende de beroepsprocedure. De voorzieningenrechter heeft de belangen zorgvuldig afgewogen en geoordeeld dat de uitzetting in afwachting van het hoger beroep niet gerechtvaardigd is.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.