ECLI:NL:RVS:2021:1710
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 5 april 2019 de asielaanvragen van een gezin, bestaande uit twee volwassenen en twee minderjarige kinderen, niet in behandeling genomen omdat Italië volgens hem verantwoordelijk was voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank had in haar uitspraak van 4 mei 2021 de beroepen van de vreemdelingen gegrond verklaard, de besluiten vernietigd maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. De vreemdelingen gingen hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte geen nadere zitting heeft gehouden en de vreemdelingen niet heeft gewezen op hun recht om gehoord te worden. Ook was de reactietermijn op een relevant arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens onredelijk kort en werd een reactie van de vreemdelingen ten onrechte buiten beschouwing gelaten.
Daarom wordt de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling, waarbij de rechtbank het oordeel van de Raad van State in acht moet nemen. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van het oordeel van de Raad van State.