ECLI:NL:RVS:2021:1722
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. Na bezwaar en een tussenuitspraak heeft de staatssecretaris het eerdere besluit ingetrokken en een nieuw besluit genomen waarin het verblijfsrecht werd erkend. De rechtbank heeft dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek afgewezen omdat de uitvoering van de uitspraak geen onomkeerbare gevolgen heeft en geen onevenredige inspanning vergt.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die verband houden met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.