ECLI:NL:RVS:2021:1724
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 mei 2021 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 9 juli 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is, zodat de vreemdeling niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die verband houden met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening.
De uitspraak bevestigt de bescherming van de vreemdeling gedurende de procedure en erkent het belang van opvang en verstrekkingen zolang de zaak in hoger beroep is. De proceskostenvergoeding is vastgesteld op € 748,00, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.