Uitspraak
Datum uitspraak:4 augustus 2021
Raad van State
De raad van de gemeente Waadhoeke stelde op 6 februari 2020 het bestemmingsplan "Tzummarum - [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]" vast. Hiertegen stelde [appellante] beroep in, stellende dat de ruimtelijke noodzaak van de bouwmogelijkheden onvoldoende was onderbouwd en dat het plan in strijd was met diverse wettelijke bepalingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep ontvankelijk was, ook al was twijfel over het belang van [appellante]. De Afdeling beoordeelde vervolgens de inhoudelijke gronden, waaronder de strijdigheid met artikel 4.3.1 van de Verordening Romte, dat een maximale uitbreiding van 50% van het bestaande bebouwde oppervlak voorschrijft. Het plan voorzag echter in een uitbreiding tot 2.600 m² op perceel [locatie 3], wat de toegestane 50% ruimschoots overschrijdt.
Daarnaast was de landschappelijke inpassing onvoldoende gewaarborgd, omdat de verwijzing naar de plantoelichting slechts uitgangspunten bevatte zonder concrete borging. Ook werd vastgesteld dat sprake was van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, waarvoor een motivering ontbrak.
De Afdeling vernietigde daarom het bestemmingsplan voor het perceel [locatie 3] en droeg de raad op binnen 20 weken een nieuw besluit te nemen. Voor de percelen [locatie 1] en [locatie 2] bleef het besluit in stand. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt gedeeltelijk vernietigd voor perceel [locatie 3] wegens strijd met de Verordening Romte en het Bro; de raad moet een nieuw besluit nemen.