Uitspraak
Datum uitspraak: 4 augustus 2021
BESTUURSRECHTSPRAAK
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
De korpschef van politie trok op 8 oktober 2019 de jachtakte van appellant in, omdat tijdens een controle bleek dat de kluis waarin munitie werd bewaard niet aan de binnenzijde was verankerd, wat volgens de korpschef een voorschrift van de jachtakte schond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit.
Appellant stelde dat de kluis wel degelijk aan de buitenzijde was verankerd en dat de korpschef in vergelijkbare gevallen slechts een waarschuwing gaf. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de korpschef niet aannemelijk had gemaakt dat de kluis niet degelijk was bevestigd, mede omdat eerdere controles in 2016 deugdelijkheid bevestigden en er onzekerheid bestond over de bevestiging.
Verder vond de Afdeling dat het intrekken van de jachtakte zonder voorafgaande waarschuwing niet evenredig was, zeker gezien het langdurige en onberispelijke bezit van de jachtakte door appellant sinds 1985. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van de korpschef vernietigd en de proceskosten aan de korpschef opgelegd.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de jachtakte wordt vernietigd wegens disproportionaliteit en onvoldoende bewijs.