De Korpschef van Politie weigerde aanvankelijk de verlenging van de jachtakte van verzoeker op grond van een negatieve e-screener en het onbevoegd voorhanden hebben van munitie. Deze gronden werden later losgelaten, waardoor de weigering enkel gebaseerd bleef op het niet correct opbergen van een wapen.
Tijdens een controle bleek een wapen niet in de wapenkluis te zijn opgeborgen maar in een gangkast, wat volgens de politie niet geloofwaardig werd verklaard door verzoeker. Verzoeker gaf aan dat hij op het punt stond te gaan jagen en dat hij vanwege gezondheidsredenen het wapen tijdelijk niet in de kluis had geplaatst.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel het wapen niet correct was opgeborgen, de weigering van verlenging van de jachtakte in dit geval onevenredig was. Op basis van het evenredigheidsbeginsel werd de weigering omgezet in een waarschuwing. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H.J. Bastin en is uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2021. De Korpschef van Politie is opgedragen binnen twee weken de jachtakte te verlengen.