ECLI:NL:RVS:2021:1768
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 10 september 2019 een aanvraag van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag heeft op 10 juni 2021 het beroep van de vreemdelingen gegrond verklaard, het besluit van de staatssecretaris vernietigd en hem opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter heeft dit verzoek toegewezen, waarbij is overwogen dat de belangen van de staatssecretaris dit rechtvaardigen. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 6 augustus 2021.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.