ECLI:NL:RVS:2021:1777
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking asielaanvraagbehandeling
De vreemdelingen hadden tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarin hun asielaanvragen niet in behandeling werden genomen, beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde deze beroepen ongegrond. Vervolgens stelden de vreemdelingen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Nadat het hoger beroep was ingesteld, nam de staatssecretaris de asielaanvragen alsnog in behandeling. Hierdoor hadden de vreemdelingen bereikt wat zij met het hoger beroep beoogden. Om die reden verzochten zij om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdelingen onvoldoende belang hadden bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvragen alsnog in behandeling zijn genomen.