ECLI:NL:RVS:2021:1253
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 5 januari 2021 een besluit om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Na indiening van het hoger beroep gaf de staatssecretaris aan de asielaanvraag alsnog in behandeling te nemen vanwege het verstrijken van de overdrachtstermijn. De vreemdeling handhaafde zijn hoger beroep echter vanwege het belang van een oordeel over de rechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit en mogelijke proceskostenvergoeding.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de vreemdeling door het alsnog in behandeling nemen van zijn aanvraag het beoogde resultaat heeft bereikt, waardoor het belang bij een inhoudelijke beoordeling ontbreekt. Tevens werd overwogen dat geen aanleiding bestaat om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van proceskosten, aangezien het in behandeling nemen van de aanvraag een gevolg is van tijdsverloop en geen tegemoetkomen inhoudt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling is genomen.