ECLI:NL:RVS:2021:1778
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep in asielprocedure
De vreemdeling had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake zijn asielaanvraag. De staatssecretaris trok vervolgens het besluit van 9 februari 2021 in en liet weten dat de asielaanvraag in de nationale procedure zal worden behandeld, omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken.
Naar aanleiding hiervan trok de vreemdeling het hoger beroep in en verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De Afdeling oordeelde dat het alsnog in behandeling nemen van de asielaanvraag geen tegemoetkoming door de staatssecretaris inhoudt, maar een gevolg is van tijdsverloop. Daarom werd het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door het lid van de enkelvoudige kamer C.M. Wissels, in aanwezigheid van griffier D.I. Schipper, op 9 augustus 2021.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het intrekken van het besluit geen tegemoetkoming inhoudt.