ECLI:NL:RVS:2021:1787
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.E.M. Polak
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade door bestemmingsplanwijziging in Westland
Appellant is eigenaar van twee percelen in ’s-Gravenzande waarop zij een tegemoetkoming in planschade vordert wegens de inwerkingtreding van het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland'. Zij stelt dat het nieuwe plan het realiseren van een volwaardig glastuinbouwbedrijf met ten minste 15.000 m² kassen onmogelijk maakt, mede door de toekenning van de bestemming 'Bedrijf' aan aangrenzende gronden.
Het college van burgemeester en wethouders heeft de aanvraag afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van appellant eveneens ongegrond verklaard en overwogen dat de volwaardigheidseis niet is gewijzigd en dat appellant haar beroepsgrond over de bestemming 'Bedrijf' aan het naastgelegen perceel ter zitting had ingetrokken.
Appellant stelt dat de rechtbank ten onrechte haar beroepsgrond niet heeft betrokken en dat het nieuwe bestemmingsplan wel degelijk een verslechtering inhoudt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de eis omtrent de bedrijfsgrootte niet is gewijzigd ten opzichte van het voorgaande plan en dat het college terecht heeft geoordeeld dat het bestemmingsplan geen nadelige wijziging van de gebruiksmogelijkheden inhoudt. De Afdeling ziet geen aanleiding de uitspraak van de rechtbank te vernietigen en bevestigt deze, waarbij het hoger beroep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.