ECLI:NL:RVS:2021:1800
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor vleesvarkensstal ondanks geurhinder bezwaren in Venray
Het college van burgemeester en wethouders van Venray verleende op 21 november 2017 een omgevingsvergunning aan een varkenshouder voor de bouw van een vleesvarkensstal met een biologische combiluchtwasser. Deze vergunning was in strijd met het bestemmingsplan. Omwonenden stelden dat de vergunning zou leiden tot onaanvaardbare geurhinder en dat de gehanteerde emissiefactoren onjuist waren.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van de omwonenden ongegrond. In hoger beroep voerden de appellanten aan dat de geurbelasting was onderschat vanwege verouderde emissiefactoren in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) en dat de gehanteerde geurnorm niet strookte met het Rijksstankbeleid. De Raad van State oordeelde dat het college gebonden was aan het exclusieve toetsingskader van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en de toen geldende Rgv, ook al was er onderzoek gaande dat mogelijk lagere reducties van luchtwassers aantoonde.
Daarnaast werd geoordeeld dat de berekeningen van de geurbelasting juist waren en dat de toename van de achtergrondbelasting bij de woningen van appellanten beperkt was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de vleesvarkensstal blijft gehandhaafd.