Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghoudster] gevestigd te [plaats], vergunninghoudster,
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 27 juni 2025 uitspraak gedaan in zaken over het verlenen van omgevingsvergunningen voor een gefaseerde omschakeling van een grondgebonden melkrundveehouderij naar een grondgebonden geitenhouderij op een perceel te [plaats]. Eisers betwistten de vergunningen onder meer vanwege gebreken in de m.e.r.-beoordeling, relativiteit, grondgebondenheid, stikstofdepositie, gezondheidseffecten en gevolgen voor natuurgebieden.
De rechtbank verklaarde de beroepen deels gegrond en vernietigde het bestreden besluit I (fase 2) en het m.e.r.-beoordelingsbesluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van deze besluiten in stand blijven vanwege herstel door aanvullende voorschriften, zoals borging van grondgebondenheid en werking van emissiearme luchtwassystemen. De rechtbank oordeelde dat de natuurlijke personen onder eisers belanghebbenden zijn, maar dat zij zich niet kunnen beroepen op natuurbelangen in het Natura 2000-gebied vanwege afstand en gebrek aan verwevenheid.
De rechtbank stelde vast dat het college terecht uitging van de emissiefactoren uit de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) ondanks wetenschappelijke onzekerheden over emissiereductie. Ook werd geoordeeld dat geurbelasting binnen normen blijft en dat gezondheidsrisico’s niet zodanig zijn aangetoond dat de vergunning geweigerd had moeten worden. De rechtbank concludeerde dat het college de vergunningen op een ontoereikende wijze had gemotiveerd, maar dat de gebreken zijn hersteld door het besluit van 21 januari 2025 met aanvullende voorschriften, waardoor de rechtsgevolgen in stand blijven.
Uitkomst: Bestreden besluiten deels vernietigd maar rechtsgevolgen blijven in stand door herstel met aanvullende voorschriften.