ECLI:NL:RVS:2021:1801
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek wegens geen overtreding Zondagswet door gebruik machines op zondag
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw om handhavend op te treden tegen buren die op zondagen in de maanden april tot en met oktober vanaf 8.30 uur werken met grasmaaiers, kettingzagen en andere machines. Het college wees dit verzoek af na een controle door een toezichthouder-boa die geen geluidsoverlast of overtreding van artikel 3, eerste lid, van de Zondagswet constateerde.
Appellant voerde aan dat de controle niet deugdelijk was omdat deze was aangekondigd, kort duurde en buiten de relevante periode plaatsvond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Afdeling overwoog dat artikel 3 van Pro de Zondagswet niet bedoeld is om iedere activiteit op zondag te verbieden, maar alleen geluidsoverlast die op meer dan 200 meter afstand hoorbaar is.
Er is geen bewijs dat het geluid van de machines op die afstand hoorbaar was. Appellant bracht geen geluidsmetingen in en de controle door de toezichthouder vond onaangekondigd plaats. Het college kon pas in december een besluit nemen over het handhavingsverzoek, dat pas eind september was ingediend. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek tot handhaving van de Zondagswet is afgewezen.