ECLI:NL:RVS:2021:1804
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Griekenland
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 13 november 2020 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kind, stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde op 28 januari 2021.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het geschil betrof de vraag of statushouders in Griekenland bij terugkeer een reëel risico lopen op een situatie die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest. De Afdeling verwees naar eerdere uitspraken van 28 juli 2021 die stelden dat de staatssecretaris haar motivering omtrent het ontbreken van dit risico moet verbeteren.
De Afdeling oordeelde dat de motivering van de staatssecretaris onvoldoende was, verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 2.244,00. De zaak werd behandeld door een enkelvoudige kamer, waarbij het lid van de kamer verhinderd was de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent het risico bij terugkeer naar Griekenland.