ECLI:NL:RVS:2021:1806
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing omgevingsvergunning vellen bomen ten behoeve van bodemsanering
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 1 september 2020 een omgevingsvergunning voor het vellen van vijf bomen op een braakliggend terrein aan de Kovelaarstraat 32 ten behoeve van bodemsanering. Het perceel is eigendom van Altro en DKB, die er een bouwproject met woningen en parkeerplaatsen willen realiseren. De vergunning voor het vellen van vijf bomen werd verleend voordat de vergunningen voor het bouwproject zelf waren afgegeven.
Verzoekers stelden dat het vellen van de bomen niet noodzakelijk was voordat de bouwvergunningen onherroepelijk waren en vroegen om schorsing van de vergunningen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisende belang van verzoekers zich beperkt tot twee bomen, omdat drie bomen al waren geveld of beschadigd. Verder was onvoldoende aannemelijk dat het uitstellen van het vellen van deze bomen tot onaanvaardbare vertraging van de bodemsanering zou leiden. Het college had ook niet aangetoond dat de bodemsanering los van het bouwproject urgent was.
Daarom werd besloten de vergunningen voor het vellen van de twee bomen te schorsen totdat het hoger beroep is beslist. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.A.W. Scholten-Hinloopen op 13 augustus 2021.
Uitkomst: De omgevingsvergunningen voor het vellen van twee bomen worden geschorst totdat het hoger beroep is beslist.