ECLI:NL:RVS:2021:1811
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Griekenland
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 30 september 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdeling bij terugkeer naar Griekenland geen reëel risico loopt op een situatie in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het EU-Handvest. Dit oordeel werd mede gebaseerd op recente uitspraken van de Afdeling van 28 juli 2021.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van 30 september 2020 en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat de staatssecretaris de proceskosten van € 2.244,00 aan de vreemdeling moet vergoeden. Verdere inhoudelijke behandeling van andere aangevoerde grieven was niet nodig.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd wegens onvoldoende motivering over het risico bij terugkeer naar Griekenland.