ECLI:NL:RVS:2021:1815
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vreemdelingenbewaring in niet-speciale inrichting conform Terugkeerrichtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de vreemdeling op 3 januari 2021 bevolen de EU onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod opgelegd en hem in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling verbleef kortdurend in het Cellencomplex Noord-West, een niet-speciale inrichting, alvorens overplaatsing naar het Detentiecentrum Rotterdam.
De vreemdeling voerde aan dat het verblijf in het cellencomplex niet voldeed aan artikel 16, eerste lid, tweede volzin, van de Terugkeerrichtlijn, omdat hij daar te midden van strafrechtelijk gedetineerden verbleef. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard zonder deze specifieke vraag te beoordelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat uitzonderingen op de regel van bewaring in speciale inrichtingen zijn toegestaan indien bijzondere omstandigheden dit vereisen, zoals hier vanwege de noodzaak van vervoer en plaatsing binnen 24 uur. Hoewel vreemdelingen gescheiden moeten worden gehouden van strafrechtelijk gedetineerden, is in dit geval gebleken dat vreemdelingen in het cellencomplex eenpersoonscellen hebben en niet samen in lucht- of dagverblijven worden geplaatst met strafrechtelijk gedetineerden.
De vreemdeling betoogde dat een mondelinge instructie onvoldoende waarborg biedt, maar erkende dat hij niet direct of indirect met strafrechtelijk gedetineerden in aanraking is gekomen. Gelet op de korte duur van het verblijf (minder dan 24 uur) en de feitelijke scheiding, is geen schending van artikel 16 van Pro de Terugkeerrichtlijn vastgesteld.
De overige grieven zijn eveneens ongegrond verklaard. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.