ECLI:NL:RVS:2010:BO0985
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Beperking duur vreemdelingenbewaring in politiecel tot vijf dagen zonder bijzondere omstandigheden
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die een maximale termijn van 120 uur (vijf dagen) voor vreemdelingenbewaring in een politiecel hanteert, tenzij bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen dit toestaan. De minister betoogde dat deze termijn onredelijk is en dat het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000 (paragraaf A6/5.3.6.1) toelaat dat de bewaring tot tien dagen kan duren.
De Raad van State overwoog dat de minister niet heeft kunnen aantonen dat de overcapaciteit in huizen van bewaring sinds 2009 is afgenomen en dat de termijn van tien dagen niet langer in overeenstemming is met het doel van het wettelijke voorschrift. De Afdeling bevestigde dat de tenuitvoerlegging van bewaring in een politiecel langer dan vijf dagen in beginsel strijdig is met artikel 5.4, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, tenzij bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen aanwezig zijn.
De minister stelde dat praktische problemen bij plaatsingsbeleid en plotselinge instroom van vreemdelingen de termijn van vijf dagen bemoeilijken, maar deze omstandigheden kunnen slechts in specifieke gevallen als bijzondere omstandigheden worden aangemerkt. De enkele beschikbaarheid van een vreemdeling voor identiteitsonderzoek rechtvaardigt geen langere bewaring in een politiecel.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat vreemdelingenbewaring in een politiecel maximaal vijf dagen mag duren zonder bijzondere omstandigheden.