ECLI:NL:RVS:2021:1824
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkheidsbesluit verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Griekenland
Bij besluit van 8 januari 2020 verklaarde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag bevestigde dit besluit bij uitspraak van 2 april 2021. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling richt zich op de vraag of de vreemdeling en haar minderjarige kinderen bij terugkeer naar Griekenland een reëel risico lopen op een situatie die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest. Recentelijk heeft de Afdeling op 28 juli 2021 twee uitspraken gedaan die stellen dat de staatssecretaris beter moet motiveren waarom een dergelijk risico niet aanwezig zou zijn.
De Afdeling oordeelt dat de motivering van de staatssecretaris onvoldoende is en verklaart het hoger beroep gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd evenals het besluit van 8 januari 2020. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 1.496,00 die door een derde beroepsmatig zijn verleend.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de asielaanvraag niet-ontvankelijk te verklaren wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.