ECLI:NL:RVS:2021:1826
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Griekenland
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 11 januari 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 april 2021 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling bij terugkeer naar Griekenland een reëel risico loopt op een situatie die in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM en artikel 4 van Pro het EU-Handvest. De Raad van State verwees naar eerdere uitspraken van 28 juli 2021, waarin werd bepaald dat de staatssecretaris haar beslissing beter moet motiveren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de motivering van de staatssecretaris onvoldoende was en verklaarde het hoger beroep gegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd evenals het besluit van 11 januari 2021. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.