ECLI:NL:RVS:2021:1832
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 maart 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 juli 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht zij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond was en besloot dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet totdat op het hoger beroep was beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 18 augustus 2021 door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt, waarbij de griffier N. Tibold aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Deze voorlopige voorziening biedt de vreemdeling bescherming gedurende de duur van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.