ECLI:NL:RVS:2021:1840
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving bedrijfsafvalcontainer in strijd met Afvalstoffenverordening Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan een horecagelegenheid een last onder dwangsom op wegens het plaatsen van een bedrijfsafvalcontainer aan de openbare weg, in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 en de Regeling uitvoering Afvalstoffenverordening 2010 Den Haag 2018.
De horecagelegenheid voerde aan dat zij geen alternatieven had voor opslag vanwege hygiëne-eisen en dat het college ongelijk handelde door bij een andere ondernemer slechts een waarschuwing te geven. Ook stelde zij dat het college het bezwaar te laat behandelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de overschrijding van de bezwaartermijn geen vernietigingsgrond oplevert. Handhaving is in het algemeen geboden en alleen onder bijzondere omstandigheden achterwege te laten. De ondernemer draagt zelf verantwoordelijkheid voor het naleven van afvalregels en het kiezen van een geschikt pand. Het college handhaafde terecht om precedentwerking, vervuiling en privatisering van de openbare ruimte te voorkomen.
De stelling van ongelijke behandeling werd verworpen, omdat ook de andere ondernemer een last onder dwangsom had gekregen. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het collegebesluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens onrechtmatige plaatsing van de bedrijfsafvalcontainer wordt ongegrond verklaard.