ECLI:NL:RVS:2021:1853
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang aan vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 juli 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 2 juli 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat zij recht heeft op opvang en verstrekkingen. Op grond van de aangevoerde omstandigheden werd de voorlopige voorziening getroffen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Deze uitspraak biedt de vreemdeling bescherming tegen uitzetting gedurende de procedure en waarborgt haar toegang tot noodzakelijke opvangvoorzieningen totdat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en ontvangt opvang; staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.