ECLI:NL:RVS:2022:2872
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verklaring omtrent gedrag wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft de weigering van de minister voor Rechtsbescherming om aan appellant een verklaring omtrent het gedrag (VOG) te verlenen. De voorzieningenrechter had eerder geoordeeld dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en de minister opgedragen dit te herstellen. De minister gaf een nadere motivering, maar bleef bij zijn weigering.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het besluit van 18 juni 2020 niet toereikend was gemotiveerd en vernietigt het besluit. Tegelijkertijd stelt de Afdeling vast dat de minister, gelet op de ernst van de antecedenten en de functie waarvoor de VOG is aangevraagd, het belang van de samenleving zwaarder mocht laten wegen dan het belang van appellant.
De Afdeling wijst op een alternatieve opdrachtconstructie waarbij appellant als ervaringsdeskundige zonder VOG opdrachten kan blijven uitvoeren binnen de penitentiaire inrichting onder begeleiding. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de VOG wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.