ECLI:NL:RVS:2021:1867
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 september 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 juli 2021 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden voordat op het hoger beroep is beslist, mede gelet op eerdere jurisprudentie. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling moet vergoeden, welke geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd op 20 augustus 2021 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer, waarbij tevens werd vastgesteld dat de vreemdeling opvang en verstrekkingen ontvangt zolang het hoger beroep loopt.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.