ECLI:NL:RVS:2021:1869
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft bij besluit van 11 november 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Den Haag heeft dit besluit bij uitspraak van 19 februari 2021 bevestigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad beoordeelde onder meer de situatie van statushouders in Griekenland en de vraag of terugkeer naar dat land een reëel risico inhoudt op behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest. De Raad oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom een dergelijk risico niet bestaat.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep van de vreemdeling toegewezen en het besluit van 11 november 2020 vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.244,00.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot niet-ontvankelijkheid van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt toegewezen.