ECLI:NL:RVS:2021:1899
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen locatieaanduiding ondergrondse restafvalcontainer in Den Helder
Het college van burgemeester en wethouders van Den Helder heeft bij besluit van 11 september 2020 locatie PC01 aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC). Appellant, wonende nabij deze locatie, betoogde dat de plaatsing leidt tot geluid- en geurhinder, verkeershinder, en overlast door zwerfafval. Tevens wees hij op alternatieve locaties die volgens hem geschikter zouden zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde of het college in redelijkheid tot de locatiekeuze had kunnen komen. Hierbij werd overwogen dat geluid- en geurhinder inherent kunnen zijn aan het systeem, maar onder normale omstandigheden geen belemmering vormen voor aanwijzing. Het college had maatregelen getroffen om hinder te beperken, zoals regelmatig legen en schoonmaken van de ORAC.
De vrees voor geluid- en geurhinder, verkeershinder en zwerfafval werd onvoldoende geacht om de locatie aan te wijzen. De alternatieve locaties waren minder geschikt vanwege langere loopafstanden, verlies van parkeerplaatsen en aanwezigheid van kabels en leidingen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De Afdeling wees het beroep af en veroordeelde het college niet tot proceskostenvergoeding. Hiermee blijft de locatieaanduiding voor de ORAC ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de locatieaanduiding voor de ondergrondse restafvalcontainer is ongegrond verklaard.