ECLI:NL:RVS:2021:852
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen locatiekeuze ondergrondse restafvalcontainers in Zeeheldenkwartier Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 14 juli 2020 het gewijzigde plaatsingsplan vast voor aanvullende locaties van ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in het Zeeheldenkwartier. Diverse bewoners en ondernemers stelden beroep in tegen de aanwijzing van specifieke locaties vanwege zorgen over overlast, parkeerdruk, bereikbaarheid, monumentale waarde en waardevermindering.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde of het college bij de locatiekeuze de belangen zorgvuldig en in redelijkheid had afgewogen. Het college had randvoorwaarden gehanteerd zoals maximale loopafstand, minimale parkeerplaatsverlies, behoud van bomen en infrastructuur, bereikbaarheid en veiligheid. De Afdeling concludeerde dat het college de locaties geschikt had kunnen achten en dat alternatieve locaties niet zodanig geschikter waren dat het college had moeten afzien van de aangewezen locaties.
De bezwaren over geluid-, geur-, verkeers- en privacyoverlast, waardevermindering en aantasting van het beschermd stadsgezicht werden onvoldoende aannemelijk geacht om het besluit te vernietigen. Ook de bezwaren over parkeerdruk en bereikbaarheid werden door de Afdeling verworpen. De Afdeling bevestigde dat het college de belangen van omwonenden heeft meegewogen en dat de financiële belangen bij het omleggen van infrastructuur niet onredelijk doorslaggevend waren.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt dat het college beleidsruimte heeft bij de locatiekeuze van ORAC's en dat onder normale omstandigheden de nadelen van plaatsing niet leiden tot onaanvaardbare overlast.
Uitkomst: De beroepen tegen het gewijzigde plaatsingsplan voor ORAC's in het Zeeheldenkwartier worden ongegrond verklaard.