ECLI:NL:RVS:2021:19
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 februari 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 december 2020 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is en bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep niet is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze uitspraak is gedaan op 11 januari 2021 en betreft een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke zaak op het gebied van vreemdelingenrecht. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen, maar de griffier bevestigde de uitspraak.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.