ECLI:NL:RVS:2021:1901
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging watervergunning voor alternatieve waterberging ondanks bezwaar over wateroverlast
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Rijnland verleende op 27 juli 2018 een watervergunning aan een vergunninghouder voor het aanbrengen van 13.604 m2 verhard oppervlak en het aanleggen van een alternatieve waterberging in de Rietveldse Polder te Hazerswoude-Dorp. De vergunninghouder heeft inmiddels een hemelwaterbassin gerealiseerd.
Een appellant, eigenaar van aangrenzende gronden, stelde dat hij door de vergunning wateroverlast en schade ondervindt en dat het bassin niet geschikt is als compensatie. Hij voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de vergunning in stand hield en dat het college onvoldoende onderzoek deed naar de gevolgen voor zijn perceel. Tevens stelde hij dat het bassin in strijd is met de Wet natuurbescherming vanwege verontreinigd drainwater.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunning terecht is verleend op grond van de Waterwet en de Keur Rijnland 2015. De algemene regel over compensatie geldt niet voor oppervlakten boven 5.000 m2, en het hemelwaterbassin is niet uitgesloten als alternatieve waterberging. De gestelde wateroverlast betreft geen waterstaatkundig belang dat weigering rechtvaardigt. Ook de milieubezwaren faalden omdat het drainbassin onder een ander besluit valt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de watervergunning voor het hemelwaterbassin wordt bevestigd.