ECLI:NL:RVS:2021:1909
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking toevoeging op grond van resultaat bij meerdere toevoegingen voor hetzelfde rechtsbelang
De zaak betreft een geschil over het beleid van de raad voor rechtsbijstand inzake het intrekken van toevoegingen op basis van het financiële resultaat van een zaak. [Wederpartij], advocaat, verleende rechtsbijstand aan [partij] in een echtscheidingsprocedure met meerdere toevoegingen voor verschillende instanties. De raad weigerde de intrekking van een eerdere toevoeging, omdat volgens het beleid alleen de laatst afgegeven toevoeging wordt beoordeeld op het behaalde resultaat.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de raad had moeten motiveren waarom het beleid onverkort werd toegepast, gezien het uitzonderlijk hoge resultaat in de zaak. De raad ging in hoger beroep en stelde dat alleen het resultaat van de laatste procedure relevant is voor intrekking.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het beleid van de raad in strijd is met artikel 34g van de Wet op de rechtsbijstand. De wettelijke tekst en toelichting maken duidelijk dat elke toevoeging afzonderlijk beoordeeld moet worden op het moment van definitieve afhandeling van de betreffende procedure. Het beleid dat alleen de laatste toevoeging wordt beoordeeld, is onjuist. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond, bevestigt het vernietigde besluit van de rechtbank en vernietigt het besluit van 7 september 2020. De raad moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van de raad voor rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van intrekking van de toevoeging wordt vernietigd.