ECLI:NL:RVS:2021:1914
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. ten Veen
- F.C.M.A. Michiels
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling uitwerkingsplan Mortiere fase 9D inzake wateroverlast
Het college van burgemeester en wethouders van Middelburg stelde op 3 december 2019 het uitwerkingsplan Mortiere fase 9D vast, dat voorziet in de bouw van maximaal 72 woningen. Appellant, wonend aan de zuidoostzijde van het plangebied, betoogde dat de planregel die negatieve hydrologische gevolgen moet voorkomen onvoldoende borgt dat zijn perceel geen wateroverlast zal ondervinden. Hij stelde dat ophogingen en verleggingen van watergangen in eerdere fasen zijn oorzaak zijn van ernstige wateroverlast en schade aan zijn woning.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat alleen het besluit tot vaststelling van het uitwerkingsplan ter beoordeling staat, niet de eerdere werkzaamheden. Uit het deskundigenbericht van STAB en verschillende rapporten blijkt dat de voorgestelde maatregelen, zoals het handhaven en verbinden van watergangen, aanleg van greppels en drains, voldoende zijn om wateroverlast te voorkomen. Het college baseerde zich terecht op het meest recente memo van Arcadis uit 2019, dat uitvoerbare en effectieve maatregelen bevat.
Appellants betoog dat het college in strijd met het verbod van détournement de pouvoir heeft gehandeld wordt verworpen, omdat geen aanwijzingen zijn dat het college de bevoegdheid voor een ander doel gebruikte. De Afdeling concludeert dat het uitwerkingsplan planologisch uitvoerbaar is en dat geen sprake is van schending van het eigendomsrecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitwerkingsplan Mortiere fase 9D wordt ongegrond verklaard vanwege voldoende maatregelen tegen wateroverlast en geen schending van het eigendomsrecht.