ECLI:NL:RVS:2020:815
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- P.H.A. Knol
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen uitwerkingsplannen Mortiere fase 9b en 9c te Middelburg
Het college van burgemeester en wethouders van Middelburg stelde uitwerkingsplannen vast voor de bouw van 43 woningen in fase 9b en 31 woningen in fase 9c van de nieuwbouwwijk Mortiere. Appellant, wonend naast fase 9b, stelde dat de plannen zouden leiden tot toegenomen wateroverlast op zijn perceel door ophoging van het maaiveld.
Na beroep tegen beide besluiten stelde het college het plan van 9c gewijzigd vast. De Afdeling bestuursrechtspraak voegde de zaken samen en behandelde deze op 6 februari 2020. Uit deskundigenonderzoek bleek dat de beoogde maatregelen voldoende zijn om wateroverlast te voorkomen, ook al kan bij extreme weersomstandigheden hemelwater niet via het riool worden afgevoerd. Er is voldoende planologische ruimte voor aanvullende maatregelen.
De Afdeling oordeelde dat het college in redelijkheid mocht aansluiten bij het meest recente advies van Arcadis en dat het niet vereist is dat exacte maatregelen al in het bestemmingsplan zijn vastgelegd. Het beroep van appellant faalde omdat geen onuitvoerbaarheid van de plannen kon worden vastgesteld. Het beroep tegen het besluit van 31 juli 2018 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het gewijzigde besluit van 4 september 2018 rechtskracht kreeg.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Beroepen tegen uitwerkingsplannen Mortiere fase 9b en 9c worden ongegrond verklaard, beroep tegen 31 juli 2018 niet-ontvankelijk.