ECLI:NL:RVS:2021:1921
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toeslagpartnerschap en onjuiste inschrijving in basisregistratie personen
De zaak betreft het geschil over de vaststelling van het toeslagpartnerschap voor het toeslagjaar 2016 door de Belastingdienst/Toeslagen. De dienst had [persoon] als toeslagpartner van [appellante] aangemerkt, omdat zij beiden in de basisregistratie personen op hetzelfde adres stonden ingeschreven en samen een kind hebben. [appellante] betwistte dit en voerde aan dat de relatie eind 2013 was verbroken en er geen gezamenlijke huishouding meer was.
De rechtbank oordeelde dat de inschrijving in de basisregistratie personen leidend is en dat niet was gebleken dat sprake was van een onjuiste inschrijving. Het beroep van [appellante] werd ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde [appellante] bewijsstukken over, waaronder bankafschriften, een huurovereenkomst, rapporten van maatschappelijk werk en gegevens van de Sociale Verzekeringsbank, die volgens haar aantonen dat [persoon] vanaf december 2013 elders woonde.
De Raad van State oordeelt dat deze stukken, met name de verslagen van maatschappelijk werk, voldoende grond bieden om te concluderen dat sprake is van een onjuiste inschrijving in de basisregistratie personen. Hierdoor is de ex-partner niet als toeslagpartner aan te merken. De besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen worden vernietigd, evenals de uitspraak van de rechtbank. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit, waartegen alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen worden vernietigd wegens onjuiste inschrijving in de basisregistratie personen.