ECLI:NL:RVS:2021:1944
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
Op 8 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 juli 2021 dit beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht zij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waarbij bepaald is dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening.
Deze beslissing is genomen op 31 augustus 2021 en is gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. De voorzieningenrechter weegt hierbij de belangen van de vreemdeling en de noodzaak om uitzetting te voorkomen totdat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.