ECLI:NL:RVS:2021:1946
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 27 juli 2018 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep gegrond is omdat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat een verklaring van een pastoraal werker als nieuw element moest worden aangemerkt. Deze verklaring was na het besluit van de staatssecretaris overgelegd en had niet in de besluitvorming kunnen worden betrokken.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank de staatssecretaris niet eerst in de gelegenheid heeft gesteld om op deze verklaring te reageren, wat in strijd is met het beginsel van hoor en wederhoor. Daarom vernietigde de Afdeling het vonnis van de rechtbank en wees de zaak terug voor herbehandeling, waarbij de rechtbank het oordeel van de Afdeling in acht moet nemen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling.