ECLI:NL:RVS:2021:196
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 18 augustus 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist, en dat hij recht heeft op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, specifiek de kosten van rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak betreft een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van de vreemdeling worden beschermd gedurende de procedure van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.