ECLI:NL:RVS:2021:198
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak verlenging bewaringsmaatregel vreemdeling wegens termijnoverschrijding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 26 november 2019 de termijn van een aan een vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met maximaal twaalf maanden. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit verlengingsbesluit, waarna de rechtbank Den Haag op 30 december 2019 het beroep gegrond verklaarde, de maatregel ophefte en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het beroep niet tijdig ter zitting was behandeld en dat de uitspraak uiterlijk op 18 december 2019 had moeten plaatsvinden. De rechtbank had immers bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege bleef en deed uitspraak binnen de wettelijke termijn.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en beoordeelde het beroep zelf. De vreemdeling voerde aan dat psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat zicht op uitzetting naar Marokko ontbrak. De Raad oordeelde dat de staatssecretaris terecht geen rekening kon houden met psychische klachten vanwege het ontbreken van reactie van de gemachtigde en dat zicht op uitzetting niet ontbrak omdat de diplomatieke vertegenwoordiging de aanvraag in behandeling had. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.