ECLI:NL:RVS:2018:2083
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en opheffing vreemdelingenbewaring wegens schending fundamenteel recht op spoedige rechterlijke beslissing
De vreemdeling werd bij besluiten van 27 februari 2018 en 7 mei 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde op 23 mei 2018 het beroep tegen het voortduren van de bewaring van 27 februari gegrond en kende schadevergoeding toe, maar wees het beroep tegen de bewaring van 7 mei af. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen beide uitspraken.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank niet binnen de wettelijke termijnen heeft beslist op het beroep tegen het voortduren van de bewaring, waardoor het fundamentele recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel en een spoedige rechterlijke beslissing is geschonden. Dit leidde tot onrechtmatige detentie van de vreemdeling van 12 april tot 7 mei 2018 en ook tot onrechtmatigheid van de daaropvolgende bewaring van 7 mei 2018.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart de beroepen gegrond, en beveelt de onmiddellijke opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel. Tevens kent zij een schadevergoeding toe van €4.800 en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige detentie.