ECLI:NL:RVS:2021:1995
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen nieuw besluit college Blaricum
Het hoger beroep betreft een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Blaricum van 15 augustus 2019 vernietigde en het college opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Het college verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat het geen nieuw besluit hoefde te nemen totdat het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat uitvoering van de uitspraak onherstelbare gevolgen zou hebben, en de termijn van zes weken voor het nemen van een nieuw besluit niet onredelijk was.
Daarnaast werd het belang van een efficiënte en finale geschilbeslechting benadrukt, waarbij het nieuwe besluit meegenomen kan worden in de beoordeling van het hoger beroep. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.496,00. De voorzieningenrechter en griffier waren verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.