ECLI:NL:RVS:2021:1998
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J.J.M. Pans
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen dwangsombesluiten inzake verontreinigde mest en bodemverontreiniging
Het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe legde op 16 maart 2020 aan appellant lasten onder dwangsom op vanwege de aanwezigheid van verontreinigde mest en bodemverontreiniging door drugsafval op zijn perceel te Haaften. Appellant voerde aan dat de verontreiniging was verdwenen op basis van bodemonderzoeken en mestmonsters, maar het college betwistte dit vanwege onvolledigheid en onduidelijkheden in de onderzoeksrapporten.
De Raad van State oordeelde dat appellant niet had voldaan aan de last om de omvang en locatie van de verontreinigde mest duidelijk aan te tonen. Ook was het bodemonderzoek onvoldoende om de omvang van de bodemverontreiniging vast te stellen. De invordering van dwangsommen door het college was daarom terecht.
Het beroep tegen het besluit op bezwaar en de invorderingsbesluiten werd ongegrond verklaard. De Raad benadrukte het belang van handhaving en dat slechts in bijzondere omstandigheden van invordering kan worden afgezien, wat hier niet aan de orde was.
Uitkomst: Het beroep tegen de dwangsombesluiten en invorderingsbesluiten is ongegrond verklaard.