ECLI:NL:RVS:2021:2
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 mei 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, weigerde een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en weigerde uitstel van vertrek. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar hield de rechtsgevolgen in stand. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden totdat op het hoger beroep is beslist, mede gelet op eerdere jurisprudentie. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 5 januari 2021, waarbij de griffier N. Tibold aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.