ECLI:NL:RVS:2021:2003
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget op grond van partnerbegrip
De Belastingdienst/Toeslagen herzag de voorschotten zorgtoeslag en kindgebonden budget van appellante over 2017, omdat haar echtgenoot als toeslagpartner moest worden aangemerkt en zijn inkomen betrokken moest worden bij de berekening. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante voerde aan dat zij pas vanaf 1 januari 2018 toeslagpartner zou zijn, omdat zij pas op 11 december 2017 trouwde en zij op basis van informatie van de Belastingtelefoon vertrouwde op een latere partnerstatus. De Raad van State oordeelt dat het partnerbegrip wordt bepaald door artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, waarbij ook de inschrijving in de basisregistratie personen bepalend is voor de duur van het partnerschap binnen het kalenderjaar.
De Raad van State wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Belastingdienst toezeggingen heeft gedaan. De overschrijding van de uitspraaktermijn door de rechtbank leidt niet tot vernietiging van het vonnis. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.