ECLI:NL:RVS:2020:2416
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek buiten beschouwing laten bijzonder inkomen bij huur- en zorgtoeslag 2016
Appellant ontving voorschotten huur- en zorgtoeslag over 2016, maar de Belastingdienst stelde het definitieve recht op nihil vanwege een toetsingsinkomen van €29.027, hoger dan de inkomensgrenzen. Appellant voerde aan dat een transitievergoeding en een nabetaling van in 2015 opgebouwde uren als bijzonder inkomen buiten beschouwing moesten worden gelaten.
De rechtbank oordeelde dat een transitievergoeding geen nabetaling is en dat appellant onvoldoende bewijs leverde van een nabetaling van uren uit 2015. Ook voor zorgtoeslag bestaat geen grondslag om inkomensbestanddelen buiten beschouwing te laten. Appellant stelde in hoger beroep dat communicatieproblemen en een arbeidscontract met opgespaarde uren tot een ander oordeel moesten leiden, maar dit werd verworpen.
De Belastingdienst bood een betalingsregeling aan, maar het verzoek tot kwijtschelding of matiging van het terug te vorderen bedrag werd afgewezen. De Afdeling bevestigt dat de terugvordering rechtmatig is en dat de Belastingdienst discretionaire ruimte heeft om betalingsregelingen te treffen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; terugvordering huur- en zorgtoeslag 2016 blijft gehandhaafd.