ECLI:NL:RVS:2021:2012
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor kleinschalig hotel in monumentaal pand ondanks strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 15 mei 2017 een omgevingsvergunning voor het bouwen en wijzigen van een monumentaal pand tot een kleinschalig hotel met zes kamers, in afwijking van het bestemmingsplan dat enkel wonen toestaat. Appellant, een nabijwonende, maakte bezwaar tegen deze vergunningverlening en voerde onder meer aan dat de vergunning het woon- en leefklimaat aantast en dat hij onvoldoende inzage kreeg in het procesdossier.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het hoger beroep en oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om het procesdossier in te zien, ondanks dat hij geen gebruik maakte van de geboden mogelijkheid. Verder werden andere bezwaren van appellant, zoals overlast door hotelgasten en strijd met het Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018, verworpen.
De Afdeling stelde vast dat het kleinschalige hotel slechts een beperkte toename van kamers betekent ten opzichte van de toegestane bed & breakfast en dat het hotel zich bevindt in een centrumstedelijke omgeving. Klachten over overlast en het gebruik van een poort vielen buiten het bestreden besluit en konden via handhaving worden aangepakt. Ook het verzoek om een getuige te horen werd terecht afgewezen omdat diens verklaring niet noodzakelijk was voor de zaak.
De Afdeling concludeerde dat het college de vergunning terecht had verleend met toepassing van artikel 2.12 van de Wabo en dat het bouwplan niet in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunningverlening bevestigd.