ECLI:NL:RVS:2021:2032
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.M. Polak
- G.T.J.M. Jurgens
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving opslag houtzaagsel met drijfmest in strijd met milieuwetgeving
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant legde appellante op 11 december 2019 een last onder dwangsom op vanwege de opslag van houtzaagsel met drijfmest op een perceel in Hulten, waarbij uittredend vocht op de onbeschermde bodem terechtkwam, in strijd met de Wet bodembescherming en de Wet milieubeheer.
Appellante voerde aan dat zij zich op het vertrouwensbeginsel kon beroepen en dat de last onduidelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht handhavend optrad, dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing was en dat de last voldoende duidelijk was geformuleerd.
Verder stelde appellante dat zij tijdig aan de last had voldaan door de partij gemengde mest af te voeren naar een erkende afvalverwerker. Het college betwistte dit en stelde dat niet de gehele partij was afgevoerd naar een erkende verwerker. De Afdeling achtte aannemelijk dat de partij hoofdzakelijk uit mest bestond en dat de afvoer niet volledig was, waardoor de dwangsom terecht werd verbeurd.
Gelet op het voorgaande verklaarde de Afdeling het beroep tegen het dwangsombesluit en het invorderingsbesluit ongegrond en wees zij de proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de last onder dwangsom en de invordering daarvan wordt ongegrond verklaard.